Melange voor baarmoedersupport

€ 2,95

Brandnetel, framboseblad, calendula, monnikspeper.

 

Gebruiksaanwijzing

Infuus=aftreksel van 90 graden: de kruiden worden eerst overgoten met lauw water, daarna met kokend water, dan 10 minuten laten trekken.

 

3 x daags 1 kop

 

50g

 

De menselijke baarmoeder bestaat uit twee onderdelen:

  • het lichaam van de baarmoeder (corpus uteri): het grootste deel van de baarmoeder, hierin vindt innesteling van het embryo plaats. Hieraan zitten de eileiders vast.
  • de baarmoederhals (cervix uteri, of ook wel verkort tot cervix) met de in de vagina zichtbare en voelbare baarmoedermond (de portio): dit is de verbinding met de vagina.

De portio is bekleed met plaveiselepitheel, het endocervicale kanaal met slijmproducerend cilinderepitheel.

De vorm van de baarmoeder is sterk afhankelijk van het organisme; bij de mens heeft de baarmoeder enigszins de vorm van een peer. Bij veel zoogdieren die meer dan 1 jong baren zijn er twee uterushoorns (cornua uteri), links en rechts, die ieder een of meer jongen kunnen herbergen.

 

De baarmoeder heeft na de puberteit een omvang van 5-10 cm. Bij een vrouw in de vruchtbare leeftijd die nog nooit een kind heeft gehad is zij ongeveer zo groot als een mandarijn, na de eerste bevalling blijft zij altijd iets groter. Gedurende de zwangerschap nemen de omvang en het gewicht van de baarmoeder sterk toe, bij de mens tot ongeveer een kilogram (zonder de inhoud). Na de overgang ('menopauze') neemt de omvang van de baarmoeder weer iets af.

 

De baarmoeder zit ver weggestopt in de onderbuik, in het kleine bekken net achter de blaas (2) en voor de endeldarm (13, rectum). De baarmoeder wordt op zijn plaats gehouden door een aantal banden (ligamenten), waarvan het ligamentum latum uteri (brede moederband) en het ligamentum rotundum uteri (ronde ligament) de belangrijkste zijn.

 

De baarmoederwand bestaat voor het grootste deel uit glad spierweefsel (het myometrium) dat tijdens een bevalling sterk samentrekt (weeën) om de baby uit te drijven. De bloedvoorziening wordt verzorgd door twee baarmoederslagaders, de arteriae uterinae, een aan de linkerkant en een aan de rechterkant.

 

Het endometrium

Binnenkant van de uterus met endometrium. Aan het einde van de baarmoederholte zijn aan beide kanten de opening van de eileider.
 

De binnenkant van de baarmoederholte is bekleed met endometrium of baarmoederslijmvlies. Het endometrium reageert sterk op de twee vrouwelijke hormonen, oestrogeen en progesteron. Onder invloed van oestrogeen wordt het dikker, onder invloed van progesteron ontstaan er meer slijmkliertjes (secretiefase). Valt daarna de progesteronconcentratie terug, dan kan het nu dikke en uitgerijpte endometrium niet meer intact blijven en treedt een menstruatie op.

 

Bij de meeste zoogdieren inclusief de mens wordt het baarmoederslijmvlies regelmatig, als er geen zwangerschap optreedt, deels afgestoten waarbij bloedvaatjes kapotgaan en een bloeding, de menstruatie, wordt veroorzaakt. Bij de mens gebeurt dat één maal per menstruatiecyclus van ongeveer 25-35 dagen, maar bij verschillende diersoorten varieert de lengte van deze cyclus van een paar dagen tot een half jaar. Lang niet ieder zoogdier heeft een menstruatie met bloedverlies bij uitblijven van de bevruchting.

 

Het baarmoederslijmvlies bestaat uit 2 lagen:

  • basale laag (lamina basalis): deze is altijd aanwezig.
  • functionele laag (lamina functionalis): wordt afgestoten bij de menstruatie, en groeit weer aan vanuit de basale laag.

Baarmoederziekten en afwijkingen

Afwijkingen van het baarmoederslijmvlies (endometrium):

  • ontsteking van het endometrium (endometritis)
  • poliep
  • hyperplasie
  • baarmoederkanker

Afwijkingen van de baarmoederspierwand (myometrium):

  • vleesboom (uterus myomatosus)
  • kwaadaardige tumor (sarcoom)
  • Trofoblastafwijkingen

Afwijkingen van de baarmoederhals:

  • baarmoederhalskanker
  • ectropion
  • wratten
  • cervixpoliep

Endometriose: baarmoederslijmvlies buiten de baarmoederholte.

 

Onderzoek van de baarmoeder

De baarmoeder kan op verschillende manieren onderzocht worden:

  • vaginaal toucheren en speculumonderzoek
  • echoscopie
  • hysteroscopie
  • kijkoperatie (laparoscopie)

Baarmoeder en orgasme

Tijdens seksuele opwinding richt de baarmoeder van een vrouw zich op. Zij wordt naar boven getrokken waardoor ook de vagina wat langer wordt.

 

Als een vrouw een orgasme beleeft trekken de bekkenbodemspieren zich samen. Ook de baarmoederspier trekt zich samen. Sommige vrouwen voelen dit niet of nauwelijks, anderen vinden het een heel prettig gevoel. Na het orgasme kan het wel 5 tot 10 minuten duren voordat de baarmoeder weer haar normale positie heeft ingenomen.

bron nl.wikipedia.org

 

 

 

 

 

Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor gelijk welke schade die u uzelf zou aanrichten door beslissingen gebaseerd p informatie van deze site. Indien u momenteel geneesmiddelen neemt, stop de inname ervan niet of vervang ze niet zonder eerst een arts te raadplegen, ook tijdens zwangerschap, zogen of bij kinderen onder de 2 jaar is het verstandig u eerst goed te laten informeren.

 

 

Paardenbloem, blauwebosbes, duizendblad, maissilk,

 

Gebruiksaanwijzing

Infuus=aftreksel van 90 graden: de kruiden worden eerst overgoten met lauw water, daarna met kokend water, dan 10 minuten laten trekken.

 

3 x daags 1 kop

 

50g

 

Een niersteen is een kristal dat zich vormt in de urinewegen.

Urine kan onder bepaalde omstandigheden (over)verzadigd zijn met bepaalde oplosbare stoffen, die daaruit soms neerslaan in de vorm van kristallen. Die kristallen kunnen soms groot genoeg worden om obstructies te vormen of andere klachten te veroorzaken in de urinewegen.

 

Men spreekt dan van nierstenen, ureterstenen of blaasstenen, afhankelijk van waar de steen zich bevindt. Medische termen zijn nefrolithiasis (niersteen) of urolithiasis (urinewegsteen).

Nierstenen ontstaan vaak in de nierkelken en het nierbekken.

 

Grootte

Nierstenen variëren doorgaans in grootte van zandkorrelgroot tot kastanjegroot; de klachten nemen niet noodzakelijk toe met de grootte.

 

In 2009 werd een uitzonderlijk grote niersteen met een diameter van 17 centimeter en een gewicht van ongeveer 1125 gram bij een Hongaarse man verwijderd[1]. De kleinere stenen worden als ze losraken meegespoeld en geven dan aanleiding tot pijn en meestal iets bloed in de urine; grote stenen blijven vaak symptoomloos maar kunnen een schuilplaats worden voor bacteriën, met recidiverende urineweginfecties tot gevolg, of kunnen leiden tot verstopping van een afvoersysteem.

 

Samenstelling

Nierstenen kunnen bestaan uit een aantal verschillende verbindingen. De meest voorkomende is calciumoxalaat. Het gebruik van veel calcium in het dieet leidt overigens niet tot een hoger niersteenrisico. Het is zelfs zo dat mensen met nierstenen gemiddeld minder calcium gebruiken dan mensen zonder nierstenen.

 

De reden is waarschijnlijk dat calcium in de darm oxalaat bindt dat dan vervolgens niet meer door het lichaam wordt opgenomen. Calciumhoudende stenen zijn op de gewone röntgenfoto van de buik meestal waarneembaar; dit geldt niet voor alle stenen. Andere stoffen waaruit nierstenen kunnen bestaan zijn struviet, calciumfosfaat, urinezuur en cystine (alleen bij mensen met de ziekte cystinurie).

 

Struvietstenen ontstaan meestal in aanwezigheid van een bepaalde bacterie (vooral Proteus mirabilis) die ureum omzet in ammoniak en koolstofdioxide (ammoniumcarbonaat).
Bij analyse van 8390 nierstenen in de periode 1970-1985 bleek de samenstelling van de stenen als volgt: alleen calciumoxalaat 44,0%, calciumoxalaat met calciumfosfaat 29,5%, alleen calciumfosfaat 6,3%, urinezuur bevattend 5,5% en cystine 1%. De stenen waren in 90% van de gevallen calciumhoudend.

 

Analyse liet zien dat 24% van de stenen uit 1 component bestond, 59% bevatte 2 componenten. Verder bleken 338 van de onderzochte 8390 stenen (4%) geen niersteen maar iets anders.

 

Symptomen

Als nierstenen losraken uit de nier en in de urineleider tussen de nier en de blaas terechtkomen, kunnen ze leiden tot (vaak zeer hevige) pijn, vaak van krampend karakter (koliekpijn), in de rug, de lendenen, de buik en de lies, afhankelijk van de plaats van de steen, ook vaak met uitstraling langs dit traject, omhoog of omlaag. Bij mannen treedt vaak ook uitstraling naar de penis of het scrotum op, bij vrouwen naar de grote schaamlippen. De patiënt heeft tijdens de koliek 'bewegingsdrang', dit wil zeggen dat hij niet stil kan blijven zitten of liggen in tegenstelling tot de pijn bij blindedarmontsteking waarbij de patiënt meestal liefst zo stil mogelijk blijft liggen omdat bewegen pijn doet. Er is bij niersteenkolieken bijna altijd ook (microscopisch of macroscopisch) bloed in de urine aantoonbaar (hematurie).

Als de steen eenmaal in de blaas is, is het leed geleden; het uitplassen via de plasbuis gaat vaak ongemerkt omdat de diameter van de plasbuis groter is dan van de ureter. De steen wordt vaak spontaan geloosd na een aantal uren of dagen; gebeurt dat niet of treedt er langdurige stuwing of infectie op, dan zal er vaak moeten worden ingegrepen.

 

Diagnose

Vaak zijn de klachten samen met het aantonen van bloed in de urine voldoende om de diagnose te stellen. Er zijn echter meer ziekten die zich op een vergelijkbare manier presenteren. Als de klachten en het bloed in de urine in de loop van ongeveer een week niet verdwijnen wordt vaak een echo gemaakt van de nieren om te zien of de steen nog aanwezig is of dat er een andere reden gevonden kan worden voor de klachten. Tegenwoordig wordt er bij nierstenen geen IVP meer gemaakt, een CT-scan van de buik is hiervoor beter geschikt.

 

 

 

Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor gelijk welke schade die u uzelf zou aanrichten door beslissingen gebaseerd p informatie van deze site. Indien u momenteel geneesmiddelen neemt, stop de inname ervan niet of vervang ze niet zonder eerst een arts te raadplegen, ook tijdens zwangerschap, zogen of bij kinderen onder de 2 jaar is het verstandig u eerst goed te laten informeren.

 

Rating: 0 sterren
0 stemmen